Bitch.
Slut.
Cunt.
Mother.
Die vier woorden ontving kunstenares Betty Tompkins het vaakst als antwoord op haar vraag naar woorden en zinnen die vrouwen beschrijven. We doen graag alsof het niet zo is, maar ons beeld van vrouwen is onverwrikbaar verbonden aan een diepgeworteld seksisme dat maar al te makkelijk overstroomt in een bekken van haat. Met een niet tegen te spreken helderheid brengt Tompkins het hardnekkige en dagelijkse seksisme van onze westerse wereld in beeld. Haar rondvraag zette de sluizen open en mondde uit in de reeks Women Words (2012–nu) die ons een spiegel voorhoudt van hoe er (stiekem en minder stiekem) over vrouwen gesproken wordt. Door de misogyne gedachten van anderen te schilderen en op te hangen als spreuken, worden de zinnen vanzelf belachelijk en grotesk. De etterende kern barst daarbij al snel open. ‘She would look better with my dick in her mouth’, was één van de reacties. De genadeloosheid waarmee vrouwen gereduceerd worden tot decoratieve objecten toont dat ze vooral gezien moeten worden, maar niet gehoord. Tompkins’ woordschilderijen dwingen ons om te luisteren – naar de woorden die we gebruiken, de labels die we plakken, de manier waarop taal zelf een instrument van onderdrukking kan zijn, maar ook naar de ervaringen van ongelijkheid, geweld en intimidatie die we weigeren te erkennen als structureel probleem.
Tijdens haar studies dreigde Tompkins’ professor ermee dat ze het enkel zou maken als kunstenaar in horizontale positie. (Of hoe deze mannen erkenning weerhouden, tenzij ingeruild voor seks.) Galeristen zeiden vlakaf dat ze geen vrouwen toonden en dus (zonder er zelfs naar te kijken) niet geïnteresseerd waren in haar werk. We kunnen het er achteraf over eens zijn dat het niet lag aan een gebrek aan kwaliteit of durf. Het glazen plafond werd ondersteund door glazen muren zonder deuren. Zelf beschrijft ze haar carrière als ‘een goede grap’. Daarop maakte Tompkins, vrij van verwachting, gewoon de kunst die ze wilde maken.

In de jaren zestig startte ze met fotorealistische schilderijen van geslachtsdelen in close-up, gebaseerd op pornografisch materiaal uit de clandestiene collectie van haar echtgenoot. Ze cropte de foto’s tot er composities verschenen die ze mooi vond. Deze Fuck Paintings (1969–1974 en 2003–nu) negeren het conventionele beeld van vrouwelijke seksualiteit. Ze waren revolutionair in hun directheid: waar pornografie vaak hiërarchie en dominantie benadrukt, harmoniseerde Tompkins beide seksen door enkel de genitaliën te tonen, zonder gezichten, zonder context, zonder machtsdynamiek. Theoreticus Laura Mulvey stelt in haar bekende essay ‘Visual Pleasure and Narrative Cinema’ (1975) dat de ‘male gaze’ een sociaal construct is dat voortkomt uit het mannelijke, seksuele plezier van het kijken, waarbij seksuele ongelijkheid functioneert als controlerende sociale kracht in cinematografische representaties van vrouwen. Tompkins ondermijnt deze blik door de traditionele objectposities op gelijke voet te zetten en te esthetiseren. Het gezamenlijk plezier staat hier centraal. Tegelijk waren deze werken te taboe voor de vrijgevochten jaren zestig en werden ze weggestopt en gecensureerd.
Gedegouteerd over het discours van haar tijd, waarbij er veel werd gesproken over ‘het kunstwerk lezen’, dacht Tompkins de critici écht iets te geven om te lezen. In 2002 mailde ze naar zoveel mogelijk mensen de simpele vraag: ‘Stuur me woorden en zinnen die vrouwen beschrijven.’ De respons was overweldigend. Ze kreeg meer dan 3.500 antwoorden in zeven talen. Wat terugkwam was een woordenboek van misogynie, liefde en haat. Dat de meest voorkomende woorden ‘slet’, ‘teef’, ‘kutwijf’ en ‘moeder’ waren, vond ze om te lachen. ‘Het contrast!’ Daarop besloot de kunstenaar om exact duizend schilderijen met alle ingezonden woorden te maken. Deze kakofonie van de vermeende essentie van de vrouw werd de eerste reeks onder de noemer Women Words. In 2012 hernam ze deze oefening, in de assumptie dat de taal intussen wel al veranderd zou zijn. Deze keer benadrukte ze dat ieders bijdrage anoniem zou blijven. De vier meest voorkomende woorden waren nog steeds dezelfde.
Later (2017-nu) brengt Tompkins een reeks Women Words met afbeeldingen uit kunsthistorische boeken, samen met uit het leven gegrepen beschrijvingen van seksuele discriminatie, intimidatie en geweld tegen vrouwen. ‘THIS IS SOMETHING THAT I AS A MAN I HAVE THE RIGHT TO DO TO YOU’, staat bijvoorbeeld op Women Words (Newton #5) (2018). Het is een foto van Helmut Newton uit 1973, waarbij een man de borst ontbloot van een vrouw op de achterbank van een auto. Beide gieren van het lachen. Voor elk werk schilderde Tompkins roze woorden op reproducties van bekende schilderijen en foto’s van onder meer Titiaan, Rubens, Vermeer en Raphael. Allemaal bekende beelden, maar vooral ook allemaal vrouwen verbeeld door mannen. Op Women Words (Newton #11) (2019) lezen we: ‘SHE IS A STUPID, EMOTIONAL BITCH WHO IS TOO WEAK TO SIT AT THE TABLE WITH THE BOYS’. Het is een foto van model en ontwerpster Elsa Peretti verkleed als Playboy Bunny. Het beeld moest de ‘American Dream’ voorstellen. Op Women Words (Rubens #3) (2018) wordt de figuur van Eva, die naast Adam staat, bedekt door de woorden ‘NO ONE WILL BELIEVE A BLACK GIRL FROM THE BRONX. PLUS-SIZE’. De taal wist de voorgestelde vrouwen uit, bedekt ze met een verhaal dat buiten hen om werd gevormd maar wel de koers van hun leven beïnvloedt. Het zijn verhalen die niets te maken hebben met wat ze doen, maar alles met het feit dat ze bestaan. Afbeeldingen die de hunne toch al niet waren, worden geruild voor een schandpaal voor de laag van onze maatschappij die vrouwen onderschat, negeert, beschimpt, verkracht en opbergt.

In een wereld waar vrouwen nog steeds te vaak worden gereduceerd tot wat ze voorstellen in plaats van wat ze te zeggen hebben, blijft Tompkins’ werk even relevant als vernuftig. In haar serie Insults & Laments (2018–nu) komen de Women Words en de Fuck Paintings samen in getuigenissen van wat vrouwen zoal te horen krijgen, zoals Just a Pretty Face (2019) en Who Will Ever Love You With a Face Like That (2024). Mochten we het bijna vergeten zijn: er is binnen de al beperkende, ornamentele functie maar weinig bewegingsruimte voor een vrouw. Niet fuckable? Geen bestaansrecht. Dat realiseerde acteur Dustin Hoffman zich ook toen hij jammerde dat hij voor zijn rol als Dorothy Michaels in Tootsie (1982) wel getransformeerd kon worden tot een vrouw, maar niet tot een mooie vrouw. Hij was in shock. Hij vond dat hij een mooiere en dus ook interessantere vrouw zou moeten kunnen zijn: ‘(…) mocht ik de vrouw die ik was zijn tegenkomen op een feestje, ik had haar nooit aangesproken, want ze ziet er niet uit zoals ons geleerd is hoe een vrouw er moet uitzien. (…) Er zijn teveel interessante vrouwen die ik niet heb leren kennen, omdat ik gebrainwasht was.’ Hij ging huilend naar huis. Niet vanwege het besef welke gevolgen dit denkbeeld heeft voor vrouwen, wel voor de rijkdom die hij daardoor zélf was misgelopen. Van mij geen applaus. Op de achtergrond van Insults & Laments schildert Tompkins vage vulvas in grisaille waarbij alle individuele subjectiviteit uit de bronbeelden is gehaald. Geen L’Origine du monde, maar geslachtsdelen als anoniem protesterend, pars pro toto portret. Fuck this.
(Verschenen in Kluger Hans #49 Ornament, november 2025.)