Tussen sculpturale rekwisieten en papieren decors, tussen satire en strijd, maakt Sheida Soleimani driedimensionale collages die de absurditeit blootleggen van het mondiale politieke toneel. Met een scherp oog voor machtsstructuren en haar ongerijmdheden, schuurt Sheida langs de grenzen van in beeld brengen en verbergen. Ze versnijdt beelden uit onze dagelijkse informatiestroom en actualiteit en stapelt ze tot bevreemdende versies, in een streven een verhaal te vertellen dat meer teweeg kan brengen dan wat er schreeuwt op nieuwszenders en sociale media. Sheida’s poëtisch surrealisme is daarbij een poging om de manier waarop we vandaag voortdurend gebombardeerd worden met schokkende beelden in vraag te stellen. Kunnen we niet voorzichtiger met elkaar omgaan en toch over de stinkende wonden blijven praten?

Sheida’s praktijk is onlosmakelijk verbonden met het verleden van haar ouders, Iraanse dissidenten die hun toevlucht zochten in de Verenigde Staten. Hun getuigenissen over foltering en repressie verhuisden mee en werden verhaaltjes voor het slapengaan. Vertellen was hun manier om met trauma om te gaan. Daarnaast ontwikkelde Sheida al vroeg een antenne voor de racistische onderstroom van het Westen, door op te groeien in een land dat haar tegelijk onderdak bood en afwees gebaseerd op haar familiale achtergrond. Haar vader leerde haar om die ervaring te beantwoorden met humor. Toen haar bijvoorbeeld werd gevraagd of haar ouders Saddam Hoessein hadden gekend (en de vraagsteller daarmee, op de koop toe, Iran en Irak door elkaar haalde), stelde hij haar voor te antwoorden dat hij vroeger backgammon speelde met Hoesseins nonkel. Het idee om iets achterlijks en onrechtvaardigs als kwalijke onwetendheid en gratuit racisme te counteren met absurdisme en het zo onderuit te halen, is Sheida bijgebleven.
In de reeks Levers of Power (2020–nu) zoomt Sheida in op de handen van (vooral) wereldleiders — letterlijk de ‘hefbomen van macht’. Dit werk bouwt voort op haar eerdere exploraties van politieke macht en conflicten in het Midden-Oosten, maar richt zich specifiek op de gebaren van politici in relatie tot de burgers die zij besturen en schaden. Een visueel geladen, caleidoscopisch universum waarin handen tekenen, ondertekenen, toeslaan en afwijzen. We zien geen gezichten, geen identiteiten, enkel lichaamstaal. Geen moralistisch oordeel. Wel een visueel dissectielokaal waarin de lichamelijke sporen van beslissingen worden blootgelegd. Geen held, geen slachtoffer. Enkel de handen die de geschiedenis kneden. Een anomalie in deze reeks is Masha (2022), een werk dat verwijst naar Mahsa Jina Amini, de jonge vrouw wier dood na arrestatie door de Iraanse zedenpolitie omdat ze haar hoofddoek ‘verkeerd’ droeg een enorme protestgolf ontketende. Anders dan haar gebruikelijke werk kiest Sheida hier voor een sobere, directe beeldtaal zonder satirische elementen: slechts CT-scans van schedelfracturen, een hand en een brandende hijab fungeren als rauwe bewijsstukken tegen de officiële ontkenningen van geweld van de Iraanse overheid.
Belangrijk voor Sheida’s beeldtaal is hoe zij de hedendaagse ‘traumaporno’ dissecteert die onze schermen overspoelt: oorlogsbeelden tussen triviale content, wat onze perceptie fundamenteel verandert. Ze identificeert een generationele verschuiving: waar haar ouders nog werden wakker geschud door zeldzame, rauwe beelden van oorlog, verzuipen wij in een constante stroom gruwel die elke betekenis ondermijnt – vergelijkbaar met wat kunstenaar Johan Grimonprez ‘zapptitude’ noemt: een blik die verspringt voor ze zich kan hechten, die botst op haar eigen vluchtigheid, waarbij betekenis verdwijnt in deze versnelling. Hieruit ontstaat haar cruciale vraag als fotograaf: hoe toon je macht, onderdrukking en verzet zonder je kijker constant te traumatiseren of slachtoffers opnieuw te reduceren tot object? Als antwoord bouwt Sheida zorgvuldig geënsceneerde tableau vivants in haar studio – collages van objecten, personen en symbolen die sculpturaal in opzet zijn maar fotografisch in resultaat, waarbij props personages worden en het beeld een podium, om geweld niet te verdoezelen maar op een meer zorgvuldige, zelfs consensuele manier te tonen, in een wereld waar alles al tot beeld is verworden.

In de serie Ghostwriter (2021–nu) richt Sheida voor het eerst de lens op haar eigen familiegeschiedenis. Als beeldend ghostwriter vertaalt ze de traumatische herinneringen van haar ouders aan hun politieke ballingschap uit Iran naar een visuele taal. In twee grote fotografische scènes verschijnen haar ouders met papieren maskers – een vervreemdend maar beschermend gebaar dat ook de controle over hun representatie bij henzelf laat. Elk detail draagt betekenis: Perzische tapijtmotieven, het spel Slangen en Ladders en flarden van het veilige huis van bâbâ en mâmâns ouderlijk huis in Shiraz. De vogels in hun handen symboliseren zowel vrijheid als haar moeders overgang van verpleegster in Iran naar dierenverzorger in ballingschap. Ghostwriter vormt zo een zorgvuldig geconstrueerd mozaïek waarin persoonlijke verhalen van ontheemding echoën met collectieve ervaringen van de Iraanse diaspora en het trauma van migratie. In die zin resoneert het met bredere geopolitieke realiteiten, waaronder de rol van het Westen als passieve of zelfs actieve medeplichtige.
Sheida’s praktijk is een onverbiddelijke confrontatie met trauma, geopolitieke hypocrisie en mediale vervreemding. Haar gefotografeerde collages bieden geen simpele waarheid maar complexe constructies die dieper doordringen tot de essentie van conflict dan enig zogenaamd ‘objectief’ beeld. Ze kiest bewust niet voor expliciete gruwel om te shockeren, maar verleidt met een strategische combinatie van esthetische schoonheid en ontregelende vervreemding – een visuele tactiek van weerstand waarin humor en horror naast elkaar bestaan. Haar werk, dat met zijn felle kleuren en zorgvuldige compositie oppervlakkig doet denken aan reclamebeelden, ondermijnt juist die commerciële visuele taal: waar reclame verkoopt, biedt Sheida verzet. De humor functioneert als een toegangspoort, een uitgestoken hand die de kijker aantrekt en vervolgens confronteert met de onderliggende politieke realiteit, waardoor haar radicale boodschap kan doordringen waar directe beelden van leed mogelijk worden afgeweerd.
(Deze tekst verscheen in Kluger Hans #48 Vervreemding, juni 2025.)